Alle bezwaren tegen het warmtenet Kersenboogerd op een rij: stop ermee!

Wij zetten de belangrijkste bezwaren tegen het warmtenet op een rij: hogere milieubelasting, onzekerheid over tarieven, gebrek aan transparantie en grote technische risico’s.
1. Het warmtenet is momenteel slechter voor het milieu
Het is een technisch feit dat het huidige systeem met een Tijdelijk Warmtestation (TWS) op aardgas méér fossiele energie verbruikt dan individuele cv-ketels. Door de kilometers aan leidingen in de grond verliest het netwerk gemiddeld 20% tot 30% aan warmte. HVC moet dus circa 130% gas verbranden om bij de eindgebruiker 100% warmte te leveren. Zolang de duurzame bron niet gerealiseerd is — wat pas voor 2029 gepland staat — is dit systeem energetisch minder efficiënt en daarmee belastender voor het milieu dan een gewone cv-ketel.
2. De prijsbescherming is wettelijk vervallen
De stelling dat men ‘nooit meer dan voor gas’ betaalt, is onjuist. Met de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw), die deze maand (februari 2026) definitief in de uitvoering is gegaan, is de koppeling met de gasprijs volledig losgelaten. Tarieven worden nu gebaseerd op de ‘werkelijke kosten’ van het netwerk. Gezien de enorme investeringen die in Hoorn nog gedaan moeten worden, is er geen enkele garantie dat de rekening voor bewoners betaalbaar blijft. Het duurt bovendien nog maanden voordat de exacte tariefregels van deze wet volledig zijn uitgewerkt; instemmen op dit moment is dus het tekenen van een blanco cheque.
3. Gebrek aan transparantie en weigering onafhankelijk onderzoek
Het is zeer zorgwekkend dat het college het verzoek van de fractie ÉénHoorn heeft afgewezen om een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar de wijze waarop toestemming is verleend voor dit project. In gemeenten zoals Amsterdam is die transparantie er wel gekomen. Het weigeren van zo’n onderzoek in Hoorn schaadt het vertrouwen van de bewoners in de polder en de raad fundamenteel. Het negeren van de lessen uit het landelijke beleid — zoals het niet sluiten van deelakkoorden zonder breed draagvlak — leidt onvermijdelijk tot weerstand en een ‘mes in de rug’ van de burger.
4. Economische en technische bottlenecks
Voor een rendabele geothermiebron zijn doorgaans 4.000 tot 7.000 aansluitingen nodig; met de huidige 1.800 is de businesscase simpelweg niet rond. Daarnaast erkent het college zelf dat de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet een van de grootste risico’s vormt voor de overstap naar een duurzame bron. Die bronnen vreten namelijk stroom voor hun pompen, en die capaciteit is er momenteel niet.
5. Misleidende levensduur
De suggestie dat een warmtenet 50 jaar meegaat is misleiden. Hoewel de leidingen in de grond deze leeftijd kunnen halen, gaat een duurzame bron gemiddeld slechts 30 jaar mee en moeten de afleversets in de woningen elke 15 tot 20 jaar worden vervangen. Dit betekent dat er gedurende de looptijd forse herinvesteringskosten nodig zijn die door de gebruiker betaald moeten worden.
Gezien deze onzekerheden over kosten, milieu-impact en de ondoorzichtige besluitvorming, adviseer ik bewoners om kritisch te blijven en hun signalen direct door te geven aan de toezichthouders:
OF:

LET OP: hier gaat de ACM over. Meld misstanden!

ÉénHoorn zegt: eerst de boel goed regelen voor  de gemeente

verder gaat met het warmtenet.