Robert Vinkenborg – nummer 4 van lijst 4: ,,Ik houd niet van spatsies”
Journalist, circusman en raadslid, met Amsterdams accent. Robert Vinkenborg over hard werken, gewone mensen en een stad die betaalbaar moet blijven.
Hij oogt soms wat slordig, deze grote man. Het deert hem niet. IJdelheid is hem vreemd. De vertrouwenwekkende blik van Robert Vinkenborg maakt veel goed. Deze opvallende verschijning, wars van uiterlijk vertoon, is gezegend met een uitgesproken sociale inslag. Zodra hij zijn mond opendoet, valt de Amsterdamse tongval op — ondanks zinloos gebleken logopedie.
“Nou ja, zinloos… het was vroeger echt nog veel erger.” Zijn levenshouding is eenvoudig samen te vatten. ”Ik houd niet van spatsies. Doe maar gewoon en werk hard.” Die nuchterheid gaat ook samen met een duidelijke afkeer van wat hij zelf “deugtypes” noemt.

“Ik houd niet van mensen die zich moreel verheven voelen. Daar heb ik weinig mee. Van die deugtypes die precies denken te weten hoe iedereen zich hoort te gedragen en ondertussen vooral anderen de maat nemen. Het leven is ingewikkeld genoeg zonder dat mensen zichzelf op een moreel voetstuk zetten.”
Volgens Vinkenborg zit daar vaak een vorm van schijnheiligheid achter.
“Ik heb in mijn leven genoeg meegemaakt om te weten dat niemand perfect is. Iedereen maakt fouten. Daarom vind ik het belangrijk dat mensen een beetje bescheiden blijven. Doe je werk goed en behandel anderen fatsoenlijk.”
Robert Vinkenborg (67) wist al op jonge leeftijd dat hij iets met communicatie wilde doen. Zijn journalistieke roeping vond hij 45 jaar geleden in Hoorn, waar hij begon bij de Vrije Westfriese Krant. “In Amsterdam was toen al geen woning te vinden.”
Woningnood
Het is een ervaring die nog altijd doorwerkt in hoe hij naar de huidige woningmarkt kijkt. “Wat er nu gebeurt op de woningmarkt is in alle opzichten een ramp. Jongeren kunnen nauwelijks nog een huis vinden, starters worden weggeconcurreerd door beleggers en prijzen rijzen de pan uit. De gevolgen voor mensenlevens zijn gigantisch.’’
Volgens hem is het probleem structureel.
“Ouderen blijven noodgedwongen in grote huizen wonen, omdat er te weinig kleinere woningen zijn. Daardoor stokt de doorstroming. Tegelijkertijd vallen middeninkomens tussen wal en schip: sociale huur is vaak niet beschikbaar en koopwoningen zijn onbetaalbaar geworden.”
Daar komt volgens hem nog een ander probleem bij.
“Er wordt wel gebouwd, maar vaak voor de verkeerde doelgroep: grote, dure woningen waar lokale inwoners weinig aan hebben. Daarmee los je het probleem niet op, je vergroot het.”
De Telegraaf
Zijn drive om zich uit te spreken over dit soort onderwerpen heeft ook te maken met zijn persoonlijke achtergrond. Hij groeide op in omstandigheden die hem vroeg leerden dat niets vanzelf komt: “Ik ga niet zielig doen, maar ging de wereld in met een MAVO-3-diploma. Pas toen ik bij de omroep ging werken ben ik gaan studeren: twee avonden per week naast mijn baan. Wat ik intellectueel misschien tekortkom, maak ik goed met hard werken Misschien wel té. Maar als ik ergens voor ga, ga ik er ook volledig voor. Niet iedereen moet me; het interesseert me niet – als ik er maar in geloof.’’

In de loop der jaren schreef hij voor onder meer Het Parool, Vrij Nederland, Nieuwe Revu en het Algemeen Dagblad. Tegenwoordig werkt hij als freelance algemeen verslaggever voor De Telegraaf.
“Ik moet altijd lachen om mensen die denigrerend doen over De Telegraaf. Dat zijn vaak figuren die zichzelf in alles in de onderste regionen van de amateurs bevinden.”
Zijn grote voorbeeld in het vak is rechtbankverslaggever Saskia Belleman. “Buitencategorie. In vakmanschap en integriteit.” Voor de krant schrijft hij spraakmakende verhalen, vaak over misdaad. Toch zijn het vooral de verhalen van gewone mensen die hem het meest aanspreken.
“Een kapster uit Noord, een Hazes-fan, bewoners die opstaan tegen schimmel of overlast. Ieder mens heeft een verhaal. Dat vind ik het mooiste.”
Er is één moment dat voor hem het journalistieke vak perfect samenvat.
“Ik geniet ervan als ik bij de fotograaf achterop de scooter door Amsterdam rijd, op weg naar een verhaal. Dan zijn we weer jongens, maar wel jongens die elkaars ruggen dekken.’’
Naast zijn journalistieke werk runt hij al dertig jaar zijn eigen communicatiebedrijf Mediapunt. “Pas de laatste jaren denk ik soms: goh, ik kan ook iets. Schrijven bijvoorbeeld.”
“Circus is thuis”
Een andere wereld waarin hij al decennia actief is, is het circus. Al 24 jaar werkt hij als communicatieman in de internationale circuswereld, onder meer voor het Kölner Weihnachtscircus. “Daar ben ik niet bescheiden over: ik lever goed werk. En dat weet de circuswereld. Je vindt in wat ik doe geen tweede: make the magic happen. Hoe dat werkt? Prima.”
Het circus ziet hij als een bijzondere gemeenschap.
“Circus is voor mij thuis. De politiek kan nog wat leren van het circus. Daar werken Oekraïners en Russen naast elkaar. Joden en moslims. Alles door elkaar. Iedereen heeft één doel: mensen blij maken: “Er wordt soms op neergekeken, maar het is een hoge vorm van cultuur. En een wereld waar je enorm veel leert over inzet en samenwerking.” Als er een storm opsteekt bij een circustent ontstaat volgens hem een bijna symbolisch beeld: “Dan maakt het niet uit wat je functie is. Dan houd je met z’n allen de tent overeind. Dat gevoel van samen ergens voor staan — daar kan de politiek nog wat van leren.”
Hoornse Onafhankelijke Partij (HOP)
In Hoorn verwierf Vinkenborg ook bekendheid als raadslid. In 2012 richtte hij de Hoornse Onafhankelijke Partij op, die later na een fusie verderging als EénHoorn. “Ik ben altijd bij dezelfde partij gebleven. Voor mij is belangrijk dat ik het vertrouwen van mijn club heb.”
André van Beusekom is fractievoorzitter, terwijl Vinkenborg bewust een meer ondersteunende rol vervult: „Niet praten óver inwoners, maar praten mét inwoners.”
Zijn politieke inzet richt zich onder meer op betaalbare woningen voor starters en lokale inwoners, een zelfbewoningsplicht om beleggers tegen te gaan en veiligheid in wijken zoals de Kersenboogerd.

Warmtenet is ellende.
“Ik maak me echt grote zorgen over hoe het in heel Nederland misgaat met de warmtenetten. In Amsterdam is inmiddels al sprake van een soort mini-toeslagenschandaal. Het is ongelooflijk hoe plannen erdoorheen worden geramd zonder dat men bereid lijkt te leren van fouten. Dat is een grote schande — en het raakt juist de armste mensen.”
Nummer 4 lijst 4
Voor Vinkenborg is het belangrijk dat nieuwe generaties begrijpen waar EénHoorn voor staat.
“Ons DNA is dat we een club zijn van gewone mensen. Geen kantoorgeleerden, maar mensen uit de praktijk. Arbeiders, ondernemers, technici, vrijwilligers. Een echte dwarsdoorsnede van de samenleving. Mensen die dag in dag uit iets doen voor de stad. Voor elkaar. Daar ben ik trots op.”
Zijn gezin vormt daarbij het vaste anker. Samen met zijn levensgezellin kreeg hij twee kinderen: een zoon die in de artistieke wereld terechtkwam en een dochter die communicatiewetenschapper werd.
“Mijn gezin, inclusief hondje Fien, is mijn basis. En ja, ik houd van opera. Daar kan ik uren over praten.”
Alhoewel de leden van de partij hem liever op de tweede plaats hadden gewild staat Robert Vinkenborg bij de komende verkiezingen op nummer vier van de verkiezingslijst.
“Ik leg bewust mijn lot echt in handen van de kiezer. Als mensen willen dat ik terugkom, moeten ze op mij stemmen. Zo simpel is het. Ik ben er voor de mensen met wie ik door de modder heb gelopen, met wie ik in het bluswater heb gestaan. In een club die ook voor elkaar knokt.”